Hiep hiep de komma! Die lieve fijne komma.

Elegant en ongedwongen krult hij zich aan bodem van een regel, alsof hij zich vasthoudt aan de voet van de voorgaande letter. Hij laat zich soepel hangen, bengelt met zijn lijfje zwierig over Ďt randje. Bekoorlijk als een zeepaardje kronkelt hij door de zee van wilde lettertjes, altijd fatsoenlijk en nimmer aanvallend.

De sympathieke bevallige komma draagt een onderschatte boodschap mee, die niemand ziet, maar iedereen kent. Hij draagt de belofte in zich mee: Er komt meer! Hij geeft de geschreven gedachte alle ruimte om zich ongeremd te ontwikkelen en naar hartelust te groeien. De komma opent perspectieven, creŽert kansen die anders zouden uitblijven. Hij laat woorden toe zich op dezelfde regel nog te herpakken, een andere richting in te slaan, indien gewenst.

Een komma is als een veelbelovend kruispunt. Je kan, als zinsnede, natuurlijk gewoon rechtdoor wandelen, maar de subtiele komma biedt ook nieuwe mogelijkheden. Zonder dat er een nieuwe tocht aangevat hoeft te worden, kan er een verrassende wending toegevoegd worden, een vers doel bepaald.

De komma is als een stroomverdeler, die het toelaat om een fijne redenering in twee te splitsen. Hij verdubbelt de kracht van de letters die voorafgingen en het potentieel van de letters die nog komen moeten.

Als een charmant verbindingsstukje koppelt hij het ene naadloos aan het andere en ondersteunt hij de taal die zich rondom hem heeft verzameld. Hij stut de ongeboren zinnen met zijn tengere verschijning.

En hij doet dit alles onbaatzuchtig, zonder zichzelf op te dringen, zonder de aandacht op zich te vestigen, in alle nederigheid en steeds vriendelijk. Gehoorzaam doet hij zijn werk zonder ooit te mopperen.

De komma is anders dan het agressieve punt, dat overal een einde aan maakt, dat alle aandacht hebberig voor zich opeist en op eigen houtje lijkt te beslissen dat het zo wel welletjes is geweest. Het punt wil altijd het laatste woord en dwingt keer op keer de eerstvolgende letter ostentatief als kapitaal te verschijnen. Eigenzinnig en dominant drukt hij zo zijn stempel op de volgende zin. Nee, geef mij maar het lieve karakter van de gezellige komma, die altijd lief en stilletjes toegewijd zijn taak vervult.

Maar de komma doet ook nog meer. Hij stelt zich niet alleen in dienst van de woorden, maar behandelt ook de lezer met een oprechte liefde. Hij is immers de adem waar wij allemaal nood aan hebben. Hij reikt ons de rust in ons lezende en verwerkende hoofd aan. Hij creŽert de noodzakelijke lucht tussen woorden, een pauze in de gedachte. De komma is de ademhaling in hoogsteigen persoon.

De komma proeft naar zoete lucht, kruidt haar op de tong, vertraagt de ongedurige lezer, remt de gulzige ogen wat af, en zorgt dat we onze energie met spaarzaamheid benutten. Hij is de bewaker van het tempo, geeft het ritme aan dat een lied laat zingen en een zin laat plingen. De komma is in al zijn eenvoud en in zijn beweeglijkheid, verplaatsbaar, handig en makkelijk in de omgang. Hij laat zich leiden en gebruiken door de schrijver.

Hij is anders dan het arrogante punt dat de adem doet stokken, en zijn plaats ongeduldig opeist. Het punt laat zich niet verzetten, wil enkel daar staan waar de zin in stilte sterft. Volgens mij is het punt wat verbitterd. Misschien zelfs wat jaloers op de fraaie en frivole komma. En daarom is het punt zo bazig, zo veeleisend en zo kwaad. Het kan de gracieuze komma in schoonheid niet evenaren, dus neemt hij de macht die de komma ontbeert. Namelijk de macht die een gedachte beŽindigen kan.

Dit is een ode aan die komma, die mij bijstaat als ik verloren loop in mijn eigen gedachten. Dit is een uiting van dankbaarheid, omdat hij me al zo vaak uit de duisternis heeft bevrijd. Als ik verloren liep in woorden en niet meer wist welke richting ik uit moest, was daar de komma die me de ruimte verschafte die ik nodig had om verder te gaan. De komma staat altijd aan mijn zijde en steunt me in te lange gedachten en uit de hand gelopen formuleringen.

Hiep hiep de komma. Lang leve de komma!

Ysabel Jongeneelen